Stijlgids

1. Interpunctie

Punt

  • Gebruik een punt (.) aan het einde van de zin. Na de punt, komt één spatie.

Komma

  • Let op: Het gebruik van de komma (,) in het Nederlands is niet hetzelfde als in het Engels.
  • Houd de regels aan van het Genootschap Onze Taal. De komma is een van de moeilijkste leestekens in het Nederlands. Lastig is dat er geen regels zijn aan de hand waarvan je kunt bepalen wanneer op welke plaats komma’s gebruikt moeten worden. Het belangrijkste uitgangspunt is dat een komma geplaatst wordt als er bij het voorlezen een duidelijke pauze hoorbaar is. Hoe langer de zin is, hoe meer behoefte er bestaat aan een rustpunt in de zin, en dus aan een komma.
  • In de volgende gevallen is een komma altijd op z’n plaats:
    • In opsommingen: ‘Zij schrijft artikelen, essays, romans, verhalen en columns.’
    • Tussen gelijkwaardige bijvoeglijke naamwoorden: ‘Oma had een mooie, dure, groene kast.’
    • Voor en na een bijstelling: ‘Cramer, de minister van VROM, deed een nieuw voorstel.’
    • Voor en na een uitbreidende bijzin: ‘De cursisten, die goed Nederlands spreken, vinden die komma’s niet moeilijk.’ Na de aanhef boven een brief: ‘Geachte heer/mevrouw,’.
    • Voor en/of na een aanspreking: ‘Sanne, heb je het naar je zin hier?’, ‘Lukt dat deze week nog, papa?’, ‘Luister, jongen, zo werkt dat niet.’
  • Het is ook gebruikelijk om tussen twee naast elkaar staande persoonsvormen een komma te zetten: ‘Wat zij gezegd heeft, is heel opmerkelijk’, ‘Nu ik er langer over nadenk, vind ik het geen gek idee’, ‘Wat zij bereikt heeft, is vooral te danken aan haar doorzettingsvermogen.’ Alleen in korte zinnen kan de komma tussen persoonsvormen soms achterwege blijven: ‘Wat je zegt ben je zelf’, ‘Wie dit leest is gek’, ‘Voor je het weet is het zover.’ In deze zinnen is ook geen duidelijke pauze hoorbaar.
  • Vóór voegwoorden als hoewel, omdat, zodat, opdat, indien, maar, aangezien en terwijl kan meestal het best een komma worden geplaatst: ‘Zij vertelde het aan iedereen, hoewel de informatie vertrouwelijk was’, ‘Hij dacht er lang over na, aangezien hij veel tijd had.’

Aanhalingstekens

  • Gebruik in het Nederlands enkele aanhalingstekens. Aanhalingstekens worden gebruikt in de volgende gevallen:
    • Om letterlijk te citeren. Voorbeeld: Lisa zei: ‘Kom, we gaan naar de dierentuin.’ 4
    • Om aan te geven dat woorden niet in de gewone betekenis gebruikt worden: de aanhalingstekens geven bijvoorbeeld aan dat het om een zelfbedacht of ironisch gebruikt woord gaat, of om een vakterm. Voorbeeld: De buren verkochten ‘stoepgroente.’
    • Om de betekenis van een woord of uitdrukking te omschrijven.
  • Let op: Bij gedachten, worden geen aanhalingstekens gebruikt.
  • Voorbeeld: Emma dacht: ik heb zin in spinazietaart.

Puntkomma

In het Nederlands, wordt de puntkomma (;) zelden gebruikt. Vermijd het gebruik van dit leesteken in vertalingen. Gebruik in plaats van de puntkomma een punt of een komma. Vóór een opsomming, wordt de dubbele punt gebruikt niet de puntkomma (zie 1.5).

Dubbele punt

  • Een dubbele punt wordt in onderstaande gevallen gebruikt:
    • Opsomming:
  • Voorbeeld: Het betreft de drie in de trommelholte van het oor aanwezige beentjes: de hamer, het aambeeld en de stijgbeugel.
    • Omschrijving of toelichting:
  • Voorbeeld: Ondertussen stonden de ontwikkelingen niet stil: nieuwe procesinnovaties, werkloosheid en een oplopende inflatie leidden tot grote onzekerheid. Ik ga niet: ik heb wat beters te doen.
  • Dat leidt tot een onontkoombare conclusie: hier dient krachtig te worden ingegrepen.
  • Kortom: ik ga niet, ik heb wat beters te doen.
  • Samengevat: het idee lijkt me niet uitvoerbaar.
  • Nu ik er toch aan denk: waar is je puntmuts gebleven?
    • Aanhaling van een zogenaamde directe rede:
  • Voorbeeld: Zij zei: ‘Neem ook wat bloemen mee!’
  • Hij schreef mij: ‘Ik moet hier wel aan toevoegen dat ik me de ware toedracht niet precies herinner.

Het koppelteken (liggend streepje)

  • Tussen gelijkwaardige elementen die naast elkaar worden geplaatst in een samenstelling, gebruiken we een koppelteken.
  • Het gaat om combinaties van twee of meer elementen die in de samenstelling in principe met elkaar verwisseld kunnen worden. Zo zouden we een dichter-botanicus ook een botanicus-dichter kunnen noemen. Voorbeelden: een pianiste-componiste, een hotelrestaurant, zwart-wit, cultureel-maatschappelijk, politiek-ideologisch.
  • Als een samenstelling van twee adjectieven in principe niet omwisselbaar is, schrijven we de twee delen aan elkaar vast. Zo betekent sociaalpsychologisch niet: sociaal én psychologisch, maar: volgens de sociale psychologie. Andere voorbeelden: privaatrechtelijk, sociaalkritisch, sociaalgeografisch, populairwetenschappelijk
  • Als een beroepsnaam vergezeld wordt van een bijvoeglijk naamwoord, schrijven we die twee elementen los: sociaal psycholoog, sociaal geograaf, klinisch bioloog, civiel ingenieur, algemeen secretaris.
  • Een samengesteld bijvoeglijk naamwoord gebruiken we ook om een religieuze, levensbeschouwelijke of maatschappelijke strekking aan te duiden die uit twee of meer componenten bestaat. Als de delen in principe verwisselbaar zijn, dan gebruiken we een koppelteken. Voorbeelden: extremistisch-links (of:links-extremistisch), democratischliberaal-conservatief (of:democratisch-conservatief-liberaal)
  • Als de delen van een dergelijke samenstelling niet verwisselbaar zijn, schrijven we ze aaneen: christendemocratisch (democratischchristen kan niet), ultranationalistisch (nationalistischultra kan niet)
  • We gebruiken ook een koppelteken als het eerste deel verwijst naar een plaats of een bevolkingsgroep: Nederlands-hervormd, rooms-katholiek, Baskisch-nationalistisch
  • Als we een zelfstandig naamwoord vormen op basis van dit soort samenstellingen, behouden we de schrijfwijze (aaneen of met koppelteken): een liberaal-conservatief, een links-extremist, een christen-democraat, een Vlaams-nationalist.
  • Een tweedelig samengestelde aardrijkskundige naam en zijn afleidingen schrijven we met een koppelteken: Aarle-Rixtel, Knokke-Heist. Deze regel geldt ook voor aardrijkskundige namen met als linkerdeel een woord als Noord, Zuid, West, Oost, Centraal, Hoog, Laag, Boven, Beneden, Midden, Nieuw, Nederlands, Belgisch, Vlaams, Frans, Latijns, Afro, Indo: Zuid-Holland, Midden-Amerika, Nieuw-Zeeland, Vlaams-Brabant, FransPolynesië. We behouden het koppelteken in de afleiding van de samengestelde vorm: Zuid-Hollands, Nieuw-Zeelander, Vlaams-Brabantse.
  • Uitheemse samengestelde aardrijkskundige namen die met een spatie geschreven worden, krijgen geen koppelteken, ook niet in de afgeleide vormen en in samenstellingen: New York – New Yorker – New Yorkse – een New Yorkreis, Sri Lanka – Sri Lankaan – Sri Lankaans – een Sri Lankareis.
  • We gebruiken een koppelteken in een samenstelling voor een woorddeel met een hoofdletter: zwart-Amerikaans, pro-Deoadvocaat.
  • Deze regel geldt ook voor afleidingen met een voorvoegsel dat voor een hoofdletter komt: anti-Frans, on-Engels
  • We gebruiken een koppelteken in een tweedelige samenstelling voor of achter een cijfer, een aparte letter of een symbool: 80-jarige, 65+-kaart, y-as, tussen-s, A4-formaat
  • Het koppelteken gebruiken we ook na een linkerdeel dat eindigt op een apostrof met een s: een mama’s-kindje, een McDonald’s-Maaltijd
  • We gebruiken een koppelteken in een samenstelling voor of achter een initiaalwoord: tv-kijker, kleuren-tv, IQ-test, bedrijfs-pc-netwerk, CD&V-voorzitter
  • Een letterwoord schrijven we in een samenstelling vast, behalve als het met een of meer hoofdletters wordt geschreven: pincode, petfles, aids-virus
  • We schrijven dus wel een koppelteken in bijvoorbeeld: Riagg-centrum, VUT-regeling, AWACS-vliegtuig
    • Ook als er klinkerbotsing is, gebruiken we een koppelteken: havo-opleiding
    • Een samenstelling met een verkorting wordt aaneengeschreven, behalve als de verkorting met een of meer hoofdletters wordt geschreven: infostand, hifiketen
    • We schrijven dus wel een koppelteken in bijvoorbeeld: Benelux-land, Vinex-wijk
    • We gebruiken een koppelteken in een samenstelling die bestaat uit een grondwoord met een bijzondere voor- of nabepaling.
      • met de elementen niet-, non-, bijna-, oud-, ex-, aspirant-, adjunct-, substituut-, chef-, kandidaat-, interim-, stagiair-, leerling-, assistent-, collega- of meester-niet-rookster, oud-burgemeester, ex-gedetineerde, adjunct-commissaris
      • Oud- schrijven we vast als het niet de betekenis ‘voormalig’ heeft: oudkomer, oudpapierprijs.
    • Meester-opzichter schrijven we met een koppelteken, maar niet meestergast of meesterbrein, waar de betekenis van het eerste deel is verzwakt.
      • met elementen zoals -generaal, -president, -testamentair, -verbaal of –militair directeur-generaal, minister-president, proces-verbaal, auditeur-militair
      • zelfnoemfunctie: een woord dat zichzelf representeert: ik-roman, het-woord, jij-vorm
      • groep of werkstuk, genoemd naar een auteur of inspirator: regering-Kennedy, commissie-Pée-Wesselings, zaak-Profumo, rapport-Van Traa
      • met Sint- of St.: Sint-Jozef, St.-Anna, sint-bernardshond

Vraagteken

  • Plaats een vraagteken aan het einde van een vraagzin. Dit wordt alleen gedaan bij directe vragen, bij indirecte vragen is geen vraagteken nodig. Voorbeelden:
    • Hoe laat is het?
    • Jan vroeg hoe laat het was.

Uitroepteken

  • Gebruik alleen een uitroepteken als er ook in de originele, Engelse tekst een uitroepteken staat.

Apostrof

  • De apostrof wordt gebruikt bij de meervouds-s van woorden die eindigen op a, e, i, o, u of y, voorafgegaan door een medeklinkerletter of lettergreepgrens. (De e moet klinken als /ee/.)
  • Voorbeelden: opa’s, azalea’s, ave’s, ski’s, auto’s, accu’s, baby’s.
  • Op grond van deze regel krijgen de volgende woorden dus geen apostrof.
    • lentes (De e klinkt hier niet als /ee/.) o abonnees (Voor de eind-e staat een klinker.)
    • procedés, communiqués (Hier staat een é.)
    • essays, bureaus (Voor de y staat een klinker.)
  • De apostrof wordt gebruikt voor de tweedenaamvals-s van woorden die eindigen op a, e, i, o, u of y, voorafgegaan door een medeklinkerletter of lettergreepgrens. (De e moet klinken als /ee/, maar de é met accent krijgt geen apostrof.)
  • Voorbeelden: opa’s huis, Antigone’s (deze e klinkt als /ee/) broer, Leo’s auto, baby’s kleertjes, Castro’s redevoering (uitgaande van de Nederlandse uitspraak van de o).

2. Spelling

Los of aan elkaar?

  • Veel woorden die in het Engels los geschreven worden, moeten in het Nederlands aan elkaar geschreven worden. In het Nederlands wordt bijna alles aan elkaar geschreven: stageverslag, basisschool, vrijdagmiddag, rekenles, studiefinancieringsregeling, representativiteitsverklaring.
  • Het koppelteken (liggend streepje) gebruiken we alleen om een leesfout te voorkomen:
  • mediaadvertentie, wordt media-advertentie
  • politieinlichtingen, wordt politie-inlichtingen
  • psvverdediger, wordt psv-verdediger
  • Driedelige samenstellingen (woorden die uit drie kleinere woorden bestaan) worden vaak aan elkaar geschreven: langetermijnplanning, onroerendgoedmarkt
  • Het streepje wordt ook gebruikt om woorden met eenzelfde uitgang of met eenzelfde voorzetsel te koppelen. Het streepje vervangt dan als het ware het woord dat wordt weggelaten: kijk- en luisterdienst, voor- en achterdeur.

Accenten

  • Veel woorden worden in het Nederlands met accenten geschreven, zoals enquête, café, à la carte, rosé, enz. Omdat het Nederlands van huis uit geen taal met dit soort accenten is, zijn bij veel woorden de Franse accenten in het Nederlands verdwenen:
    • abonnee (Frans: abonné)
    • aperitief (Frans: apéritif)
    • controle (Frans: contrôle)
    • debacle (Frans: débâcle)
    • degenereren (Frans: dégénérer) 
  • Doe altijd een spellingscontrole om te controleren of een woord met een accent geschreven wordt.
  • Als je een lettergreep of woord extra nadruk wilt geven, kun je een ‘accent aigu’ gebruiken. Dat is het accent dat naar rechtsboven wijst (´). Het klemtoonteken wijst altijd dezelfde kant op, ook bij korte en stomme klanken, zoals ‘én’ en ‘dé’. Bijvoorbeeld:
    • We gaan naar het zwembad én naar de speeltuin!
    • Koop nú nieuwe loten.
    • Frans Langer, dé behanger.
    • We hebben daar zó lang staan wachten.
    • Niet lanterfanten, wérken!
    • Inleveren vóór 1 december.

Een of één?

  • Normaal gesproken, gebruik je de accenten op de ‘ee’ als het woord ‘één’ als een telwoord gebruikt wordt. Je kunt accenttekens gebruiken als er verwarring dreigt te ontstaan. Maar je gebruikt ze dus alleen als het nodig is.
  • Voorbeelden: Beter één vogel in de hand, dan tien in de lucht, als één man, in één keer. Maar: Er is er een jarig, eenentwintig, nummer een, een op de zestig.
  • Zijn er accenten nodig op de ee in een van beiden?
  • Nee, de accenten zijn niet nodig; een van beiden is dus juist. Ook in de volgende zinnen is ‘een’ zonder accenten het best:
    • Jan was een van de eersten met een mp3-speler.
    • Sven is een van de beste schaatsers.
    • Ik hoop dat een en ander duidelijk is.
    • Barst maar los; ik ben een en al oor.
    • De een houdt van honden, de ander meer van katten.
    • Zij finishte als een-na-laatste.
  • Eén is juist als echt het telwoord één bedoeld is (je kunt achter de zin en geen twee of meer denken) én als er anders verwarring kan ontstaan. Voorbeelden:
    • Ik moet rijden, dus ik neem maar één biertje (en geen twee of meer).
    • Hij is nummer één in zijn klas. 9
    • Vanaf dag één van zijn aanstelling ging het mis.
    • Ik heb het verhaal maar van één kant gehoord.
    • We zaten helemaal op één lijn.
    • De aanwezigen stonden als één man op om de jarige toe te zingen.
  • Deze ‘regel’ biedt lang niet in alle gevallen uitsluitsel. In de onderstaande zinnen is het telwoord één bedoeld, maar zullen de meeste mensen een ook meteen goed kunnen plaatsen. De accenten zijn dan niet per se nodig, maar wel mogelijk. Wij hebben steeds de knoop al doorgehakt, maar het mag ook anders:
    • De mensen met wie je onder één dak woont, verdienen je tijd en aandacht.
    • In één adem noemde hij alle koppelwerkwoorden op.
    • Ik zag in één oogopslag dat ze zich niet goed voelde.
    • Ik was in één keer genezen van mijn angst voor spinnen.
    • Zij praatten aan één stuk door.
    • Eén keer is geen keer.
    • Eén man is geen man.
    • Een op de vijf kinderen is te dik.
    • Vul een of meer zoektermen in.
    • Als er twee ruilen moet er een huilen.
    • Twee weten meer dan een.
    • Honderd tegen een dat Nederland wint.
    • Ik heb nog duizend-en-een dingen te doen.
    • Je moet nu kiezen; het is het een of het ander.
    • Zullen we deze punten een voor een doorlopen?

Hoofdletters

  • Hoofdletters gebruik je bij:
    • eerste gehele woord van de zin
    • persoonsnamen: Klaas, Hans Janssen. Bij persoonsnamen krijgt het tussenvoegsel (van, van der, in ‘t) een hoofdletter als er geen naam of voorletter aan voorafgaat. Dus: Jan, Sint-Maarten, Jan de Vries, de heer De Vries, de heer en mevrouw Jansen-Van Dijk. In Vlaanderen behouden tussenvoegsels van persoonsnamen altijd hun originele schrijfwijze: mevrouw van der Velde, mevrouw J. van der Velde, Jan Vanden Broucke
    • eigennamen van onder meer (unieke) gebouwen, vervoermiddelen, organen, instellingen, verenigingen, producten, diensten en bedrijven, ook in samenstellingen en afleidingen: Westertoren, Statendam, Europese Unie, Hoge Raad, het Rijk, Nederlandse Taalunie, Comité Oranjefeesten, Essotankstation
    • aardrijkskundige namen (van plaatsen, streken, landen, bergen, rivieren, woestijnen, hemellichamen) en hun samenstellingen en afleidingen: Brussel, Leidseplein, ZuidAfrika, de Poolster, Gentenaar, New Yorker, Noordpoolexpeditie, Randstedelijk
    • namen van talen en dialecten, ook in samenstellingen en afleidingen: Nederlands, de Nederlandse taal, Nederlandkunde, Franstalig, Zuid-Afrikaans, Brabants, Indo-Germaans, Swahili
    • namen van specifieke bevolkingsgroepen en hun samenstellingen en afleidingen: Noor, Amerikaan, Palestijn, Jood, Inca, Azteek, Eskimo, Belgenmop, anti-Joods, Mayacultuur, Vikingschip
    • namen van officiële feestdagen en historische gebeurtenissen, tenzij de naam onderdeel uitmaakt van een samenstelling of afleiding: Pasen (maar: paasnacht, paasmaandag), Hemelvaart (maar: hemelvaartsdag) de Tweede Wereldoorlog, oudejaarsavond
    • onderscheidingen, evenementen, boektitels en heilige boeken, ook in samenstellingen en afleidingen: de Nobelprijs, de Ilias, Daviscupfinale, Bijbellezing, Koranvertaling. Namen van krant, tijdschriften, handelszaken en organisaties schrijven we op de manier die de auteur of oprichter zelf heeft gekozen: De Standaard, de Volkskrant, dEUS.
    • personen en zaken die als heilig worden beschouwd, ook in samenstellingen: het Opperwezen, Allah, het Koninkrijk Gods, H. Antonius, Mariabeeld
    • bij een aanspreking met bijzonder respect: Majesteit, Heilige Vader
  • Een kleine letter gebruik je bij:
    • afleidingen van persoonsnamen: apollinisch, orwelliaans, rembrandtesk
    • 
functienamen die als aanspreektitel worden gebruikt: president Bush, burgemeester Cohen, landdrost Lammers, stadhouder Willem III, bondskanselier Schröder, minister Zalm
    • 
soortnamen van instituten of bedrijfsonderdelen: ministerie van Economische Zaken, afdeling Financiën, arbodienst, het gerechtshof in Den Haag 4. namen van windstreken: het westen (maar: het Wilde Westen, het Verre Oosten)
    • 
als een eigennaam een soortnaam is geworden: cognac, moezelwijn, neerlandistiek, balkaniseren, neanderthaler, mekka, hodgkin, colbert, brailleschrift, freudiaans, marxist, sint-bernardshond
    • bepaalde (werkwoords)afleidingen van talen: vernederlandsen, verfransing, antiamerikanisme, panslavisme
    • overkoepelende termen voor etnische groepen en hun samenstellingen en afleidingen: indo, latino, indiaans, zigeunermuziek
    • spotnamen van bevolkingsgroepen: kaaskop, spaghettivreter, mof
    • namen van historische perioden en tijdsindelingen: cambrium, middeleeuwen, renaissance, jugendstil, lente, ramadan, maandag
    • namen van stromingen en overtuigingen: beatgeneratie, liberalisme, christendom
    • namen van beoefenaren van godsdiensten of andere overtuigingen, ook in samenstellingen en afleidingen: joden, protestanten, farizeeën, islamitisch, katholiekentaal
    • afleidingen van personen en zaken die als heilig worden beschouwd: goddelijk, messiaans, christendoorn
    • titulatuur: drs., mr., prof
  • Concrete kwesties
    • Internet of internet: geen hoofdletter. Internet is een medium (vergelijk radio/tv), dus daarom behandelen als een ingeburgerd woord. In samenstellingen dus geen koppelteken gebruiken (internetpagina).
2. Bijbel of bijbel: hangt van de situatie af. Met hoofdletter als wordt verwezen naar de Heilige Schrift. Met kleine letter als het gaat over een bijbel als gebruiksvoorwerp (bijbeltje), in samenstellingen en afleidingen (bijbelonderwijs), of als het woord overdrachtelijk wordt gebruikt om een gezaghebbend geschrift te omschrijven (taalbijbel).
  • Let op: Schrijf in titels alleen het eerste woord met een hoofdletter. Voorbeeld: Haruki Murakami’s roman The Wind-Up Bird Chronicle (Engelse titel) is in het Nederlands getiteld De opwindvogelkronieken.

3. Grammatica

Verwijswoorden

  • Naar het-woorden (onzijdige woorden), zoals het managementteam, wordt verwezen met het en zijn. Het verwijswoord hangt af van het woordgeslacht (mannelijk, vrouwelijk of onzijdig). Het volgende schema geeft de verschillende mogelijkheden weer:
geslachtonderwerplijdend (of ander voorwerpbezittelijk vnw.
het-woord

het bedrijf

onzijdighethet zijn
de-woord

de raad

mannelijkhijhemzijn
de-woord

de vereniging

vrouwelijkzijhaarhaar
  • Hoe kunt u het geslacht van het zelfstandig naamwoord bepalen? Onzijdige woorden zijn gemakkelijk te herkennen aan het lidwoord: ze krijgen altijd het. Bij mannelijke en vrouwelijke woorden is het wat lastiger: het zijn immers beide de-woorden. Bij twijfel biedt een woordenboek of bijvoorbeeld het Witte Boekje hulp: de afkortingen o. (onzijdig), v. (vrouwelijk), m. (mannelijk) geven het woordgeslacht aan. Enkele voorbeelden:
    • Het comité (o.) heeft in zijn vergadering besloten dat het akkoord gaat met de wijzigingen.
    • De vereniging (v.) Vluchtelingenwerk heeft laten weten dat ze zich gesteund voelt door haar vele vrijwilligers.
    • De ondernemingsraad (m.) vindt dat de directie hem zijn werk onmogelijk maakt; hij heeft hierover inmiddels een bezwaarschrift ingediend.
    • De gemeenteraad (m.) heeft in zijn vergadering besloten meer politie in te zetten.
    • De dienst (m.) Stedebouw en Volkshuisvesting springt zorgvuldig om met de hem toevertrouwde gegevens.
  • De neiging om naar woorden als raad, bestuur, dienst, publiek en staat met haar en zij te verwijzen is al oud. Nicoline van der Sijs bespreekt dit verschijnsel in haar boek De geschiedenis van het ABN (2004). In de zeventiende eeuw kwamen verwijzingen zoals in ‘Dit volk verbrandt haar doden’ en ‘Het hof heeft dit door haar arglistigheid bereikt’ vaak voor. Volgens Van der Sijs was haar in de verwijzing naar dit soort “collectieve woorden” oorspronkelijk een meervoud. (Het persoonlijk voornaamwoord haar werd aanvankelijk gebruikt in de verwijzing naar het meervoud van alle drie de woordgeslachten.) In de achttiende eeuw ging men de verwijzing met haar ook gebruiken voor de verwijzing naar abstracte woorden als arbeid, dienst en tijd. In deze periode werd het meervoud haar steeds meer verdrongen door het meervoud hun. In “den staat (…) en hare onderdanen” werd haar daardoor steeds vaker als een vrouwelijk enkelvoud geïnterpreteerd. Volgens Van der Sijs kunnen hier ook veelgebruikte personificaties en allegorische voorstellingen een rol hebben gespeeld (denk bijvoorbeeld aan Vrouwe Justitia).
  • Verwijzingen als de gemeenteraad en haar leden worden inmiddels al lange tijd afgekeurd in de taaladviesliteratuur; de norm is nu dat er verwezen wordt op een manier die past bij het woordgeslacht. Toch is haar altijd blijven voorkomen in verwijzingen naar mannelijke en onzijdige (abstracte) collectieve woorden. Doordat dit nu als een hardnekkige taalfout wordt gezien, wordt weleens gesproken van de ‘haar-ziekte’ of ‘haar-pijn’.
  • Er zijn trouwens ook woorden die mannelijk én vrouwelijk zijn (in het Witte Boekje, in Van Dale en in de meeste andere naslagwerken krijgen die alleen de aanduiding de). Bij personen en dieren geeft het biologische geslacht de doorslag. In andere gevallen mag u kiezen. Doordat bijvoorbeeld groep mannelijk én vrouwelijk is, is zowel de groep en zijn problemen als de groep en haar problemen juist. Vaak heeft de mannelijke verwijzing in Nederland de voorkeur. In Vlaanderen heeft vaak juist de vrouwelijke verwijzing de voorkeur.

Vervoeging van Engelse werkwoorden

  • Werkwoorden van Engelse herkomst worden vervoegd zoals Nederlandse werkwoorden. De stam vormt ook hier de basisvorm voor de spelling, zij het dat die stam in sommige gevallen zoals in het Engels gespeld blijft en in andere gevallen aan de Nederlandse spelling wordt aangepast.
  • Aan de stemloze medeklinkers van ’t kofschip moeten we voor Engelse werkwoorden de sisklanken /sj/ en /tsj/ toevoegen. Die horen we bijvoorbeeld aan het eind van de woorden push en stretch.
  • De stam van een werkwoord van Engelse herkomst schrijven we op dezelfde manier als in het Engels. Die vorm gebruiken we zoals de stam van een inheems werkwoord.
Engelse vormNederlandse vormstamtegenwoordige tijdverleden tijdvoltooid deelwoord
to faxfaxenfaxik fax

jij faxt

ik faxte

jij faxte

gefaxt
to snookersnookerensnookerik snooker

jij snookert

ik snookerde

jij snookerde

gesnookerd
to faceliftfaceliftenfaceliftik facelift

jij facelift

ik faceliftte

jij faceliftte

gefacelift
to downloaddownloadendownloadik download

jij downloadt

ik downloadde

jij downloadde

gedownload
to barbecuebarbecueënbarbecueik barbecue

jij barbecuet

ik barbecuede

jij barbecuede

gebarbecued
to rugbyrugbyenrugbyik rugby

jij rugbyt

ik rugbyde

jij rugbyde

gerugbyd
to upgradeupgradenupgradeik upgrade

jij upgradet

ik upgradede

jij upgradede

geüpgraded
to savesavensaveik save

jij savet

ik savede

jij savede

gesaved
to skateskatenskateik skate

jij skatet

ik skatete

jij skatete

geskatet
  • Het ezelsbruggetje dat ons doet luisteren naar de verleden tijd om de laatste letter van het voltooid deelwoord te bepalen, werkt ook voor Engelse werkwoorden.
    • ik downloadde – ik heb gedownload
    • ik faxte – ik heb gefaxt
  • voltooid deelwoord van regelmatige werkwoorden: Als de eindmedeklinker van de stam op twee manieren kan worden uitgesproken, bijvoorbeeld /f/ en /v/, /s/ en /z/, /dzj/ en /tsj/, zijn zowel de vormen met t als die met d correct.
    • to golf – golfen, (stam) golf – ik golf, ze golft, we golften/golfden, we hebben gegolft/gegolfd
    • to brief – briefen, (stam) brief – ik brief, ze brieft, we brieften/briefden, we hebben gebrieft/gebriefd
    • to lease – leasen, (stam) lease – ik lease, ze leaset, we leaseten/leaseden, we hebben geleaset/geleased
    • to bridge – bridgen (stam) bridge – ik bridge, ze bridget, we bridgeten/bridgeden, we hebben gebridget/gebridged.

Uitzonderingsregel

  • Als het woord in het Engels in de laatste uitgesproken lettergreep* een lange /oo/ of een daaraan verwante klank heeft, vernederlandsen we de stam en schrijven we oo met dubbel klinkerteken.
Engelse vormNederlandse vormstamtegenwoordige tijdverleden tijdvoltooid deelwoord
to promotepromotenpromootik promoot

jij promoot

ik promootte

jij promootte

gepromoot
to scorescorenscoorik scoor

jij scoort

ik scoorde

jij scoorde

gescoord

 

  • De regels voor werkwoorden waarvan de Engelse stam eindigt op–e, gelden niet voor Franse werkwoorden. We schrijven douchen – ik douch – zij doucht – ik douchte – hij heeft gedoucht.

Bezitsvormen

  • Hoofdregel: Schrijf de bezits-s direct aan de naam vast.
    • Jans dochter, Esthers verjaardag, Jennifers huis, Mahirs fiets, Robs baan, Freuds theorie, Sneijders vrije trap
    • Annies kapsalon, Loulous onderzoek, Hannahs brommer, Renées zwangerschap, Van Persies doelpunt, Komrijs poëzie
    • Oranjes tactiek, Ruttes regering
  • Uitzonderingen:
    • Eindigt de naam op een lange (vrije) klinker (aa, ee, ie, oo, uu) die als één letter geschreven wordt (a, e, i/y, o, u), dan is er een apostrof nodig om een verkeerde uitspraak te voorkomen: Afra’s fiets, Petra’s huisdieren, Antigone’s roem, Penelope’s antwoord, Anni’s analyse, Onno’s recept, Ebru’s column, Elly’s overuren, Amy’s huis. Dit geldt niet voor de é en de toonloze e: Renés verdwijning, Ankes kat, Jelles schoenen.
    • Een afgekorte naam krijgt een apostrof voor de s: JP’s flat, A.F.Th.’s boek.
    • De bezits-s wordt vervangen door een apostrof bij woorden die op een sisklank eindigen: Truus’ gast, Inez’ auto, Perez’ analyse. Het begrip ‘sisklank’ is tamelijk rekbaar: niet alleen de s en de z vallen eronder, maar ook de x en alle letters of lettercombinaties die als s, sj, tsj, zj of dzj worden uitgesproken: Alex’ vriendin, Barentsz’ pooltocht, Maurice’ fiets, Bush’ vader, Ivic’ auto.

Die/dat, deze/die

  • De aanwijzende voornaamwoorden dit en dat verwijzen naar het-woorden; deze en die naar de-woorden.
  • Ze worden vaak in één zin gebruikt om twee (groepen) personen of zaken tegenover elkaar te stellen; dit/deze wordt dan meestal gebruikt voor wat dichterbij, die/dat voor wat verder af is:
    • Voorbeeld: Dit pand wordt afgebroken, terwijl dat huis op de monumentenlijst is geplaatst.
  • Wanneer deze aanwijzende voornaamwoorden niet beide in één zin voorkomen, verwijst dit/deze nadrukkelijker dan dat/die.
    • Voorbeeld: (Het regende de hele dag.) Dat was niet voorspeld.
    • Voorbeeld: (Het regende de hele dag.) Dit was niet voorspeld.
  • In sommige gevallen bestaat er zelfs weinig verschil tussen dat/die enerzijds en de lidwoorden het/de anderzijds:
    • (Heb jij het nieuws over de ramp gisteravond op televisie gezien?) Nee, ik heb die extra uitzending van het Journaal gemist.
    • (Heb jij het nieuws over de ramp gisteravond op televisie gezien?) Nee, ik heb de extra uitzending van het Journaal gemist.

De gebiedende wijs

  • Bij de gebiedende wijs, schrijven we altijd alleen de stam van het werkwoord.
    • Voorbeelden: Word nu lid van Greenpeace! Lever nu uw bijdrage.
    • In het Nederlands wordt tegenwoordig geen onderscheid meer gemaakt tussen de gebiedende wijs enkelvoud en de gebiedende wijs meervoud. In het meervoud kwam er vroeger een –t achter de stam van het werkwoord: Komt allen tezamen. Tegenwoordig wordt de gebiedende wijs enkelvoud (zonder –t) ook gebruikt wanneer het bevel aan meerdere personen gericht is: Ga nu maar slapen, kinderen. De vorm met –t is verouderd.
  • Bijzonderheid: Wordt meteen na het werkwoord het persoonlijk voornaamwoord u toegevoegd, dan komt er wel een -t na de stam van het werkwoord: Gaat u maar zitten, Zegt u het maar. Overeenkomstig de algemene regel komt er ook bij wederkerige werkwoorden, zoals zich omdraaien, geen -t na de stam, bijvoorbeeld: Draai je om, Draai u om, Draai jullie om. Je, u en jullie zijn hier wederkerend voornaamwoord. Alleen als in de zin het wederkerend voornaamwoord zich voorkomt in combinatie met het persoonlijk voornaamwoord u, komt er wel een -t bij de stam, bijvoorbeeld Draait u zich eens even om (vergelijk met: Gaat u maar zitten).

4. Stijl

Je of U?

  • Voordat je aan een vertaling begint, probeer te bepalen wat de toon is van de tekst. Is de tekst zakelijk of juist speels en informeel? Waar wordt de tekst voor gebruikt? Websites? Apps? Of is het een brief? Wat is de doelgroep? Aan de hand van de toon, kun je bepalen welke aanspreekvorm je wilt gebruiken.
  • In de klantcommunicatie, wordt ‘je’ tegenwoordig steeds meer gebruikt. Vooral voor apps en internetsites is het gebruik van ‘je’ gebruikelijker, omdat ‘u’ afstandelijker klinkt. 
  • Welke aanspreekvorm je ook kiest, wees consequent. Kies één aanspreekvorm en blijf daarbij!

5. Lokalisering

Product- en merknamen

  • Product- en merknamen worden niet vertaald. Houd de originele naam aan.

Tijd en data

  • In het Nederlands, worden de termen ‘a.m.’ en ‘p.m.’ niet gebruikt. Houd daarom de 24-uursklok aan. Voorbeeld: 3:00 p.m. wordt vertaald als 15.00 uur.
  • Tijdsindelingen zoals de namen van weekdagen, maanden, seizoenen worden met een kleine letter geschreven.

Gewicht en afstanden

  • Gewichten en afstanden worden in Nederlandse eenheden omgerekend.
  • Voorbeeld: He ran 5 miles every day -> Hij jogde iedere dag 8 kilometer.

6. Opmaak

  • Houd de opmaak aan van de originele tekst. Als de originele tekst uit drie alinea’s bestaat, moet de vertaling ook zijn ingedeeld in drie alinea’s. Als er een lijst in de originele tekst staat, moet er ook een lijst in de vertaling komen te staan.
  • Gebruik hetzelfde lettertype, dezelfde lettergrootte en dezelfde kleur als in de originele tekst.
  • Gebruik dezelfde stijl als in de originele tekst (dikgedrukte tekst, onderstreepte tekst, enz.).
  • Tekst dat in drie rechte haken staan ([[[voorbeeld]]]) wordt niet vertaald.

7. Hulpmiddelen

  • Het Groene Boekje
  • Van Dale
  • Genootschap Onze Taal
  • Taaladvies